Geschiedenis van onze brandweerdienst.

Uit onderzoek in het Rijksarchief blijkt dat er in 1850 reeds een brandweerdienst gevestigd was te Gistel. In die periode heeft de provinciegouverneur de burgemeester van Gistel verplicht om een brandspuit aan te kopen voor de gemeentelijke brandweerdienst en hiervoor de kredieten in de begroting te voorzien in het volgend dienstjaar.

 

In het archief van de gemeente steekt ook het verslag van de burgemeester aan de Procureur des Konings te Brugge, waaruit blijkt dat Gistel reeds een brandweer bezat in 1875

Uittreksel uit de brief :

Ik heb de eer Ued. Te onderrigten dat gisteren avond pro 7 uren, twee myten van ingeoogste vrugten zyn in brand gekomen op de hofstrede van Charles Louis Liseune, landbouwer alhier wonend op een kleine afstand van de gebouwen. Dank aan den spoedigen hulp van de gemeentebrandspuit en der daer toe gesneld persoonen, heeft het vier zich niet kunnen verspreiden. Den dader van dit voorval is de genaemde Maria Ludovica Gouwy, oud negentien jaren, dagloonster, alhier wonende, die by de voornoemden Liseune heeft gewoont als dienstmeid en den 1n mei weggezonden is geweest. Die dogter is denzelfden avond in eene hage ontdekt geweest, digt by de afgebrande myten, en in de gendarmerie overgebracht alwaer zy bekend heeft dat zy de vrugten in brand gestoken had uit wraak tegen Liseune, die ze weggezonden had.

 

Wijlen Kamiel Sanders kende de vrijwillige brandweer reeds in 1908 “Die moest uitrukken in geval van brand en ander onheil. Veel materiaal was er toen nog niet voorhanden: een handpomp op stootkar met bijkomend materiaal als darmen, haken, koorden en ladders.”
Het korps telde toen 15 vrijwilligers onder wie August Sanders, Door en Dries Janssens, de gebroeders Fové en Edward Cheyns alias de Witte Konné. Iedere zondagnamiddag was er oefening langs de Komvaart, waarover veel verhalen de ronde deden.

Er werden door toedoen van de Witte Konné meer fratsen uitgehaald dan geoefend. En uiteindelijk doekte de gemeente om die reden de brandweer op. Onmiddellijk werd echter een nieuwe brandweer opgericht.

 

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd op bevel van de bezetter terug een nieuw korps opgericht en gevestigd in de Sint-Jansgasthuisstraat. Louis Tavernier was toen bevelhebber en de groep moest tevens passieve luchtbescherming uitvoeren. Een flinke verbetering op materiaalgebied was de beschikking over een pomp aangedreven door een motor. Na de oorlog was, samen met de bezetter, alle materiaal verdwenen. De gemeente kon terug herbeginnen.

In 1924 stichtte Gistel een nieuw brandweerkorps. Bevelhebber werd Camiel Casteleyn. Tot de leden behoorden ondermeer Charles Janssens en de gebroeders Henri en Camiel Sanders. Het materiaal was toen al flink verbeterd. Gemotoriseerd trok men naar iedere ramp. Er werd les gegeven door de Antwerpse brigadier Juls Vanroose. Grote uitslaande branden kwamen er zelden voor. Het merendeel beperkte zich tot hoeve- en oogstbranden.

 

Tweede Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het korps gereorganiseerd, terug onder Duitse iunvloed. Ook de Belgische Luchtbescherming (BLB) werd wederom toegevoegd aan de brandweerdienst. Het wachtlokaal was gevestigd nabij de Markt met een volledige permanentie van +- 6 man. Omdat er nogal veel wacht geklopt werd en de oorlogsfeiten niet van die grote aard waren, gaven de inwoners van Gistel een nieuwe betekenis aan BLB : Belgische Luie Belgen. Het grootste “wapenfeit” uit die periode was een nachtelijk bombardement in de Stationsstraat. Een viertal woningen werden tegen de grond gegooid. Jammer genoeg vieler er verschillende doden te betreuren.

 

 

Na-oorlogse periode.

Na het einde van de bezetting kwam Georges Decoster, enige veldwachter in Gistel, aan het hoofd te staan van het korps. Reeds in 1946 werd hij opgevolgd door Lucien Wybouw. Hij was er, als pompier, ook reeds bij vóór 1940. Onder zijn impulsen groeide de brandweer uit van een zuiver gemeentelijk korps tot een dienst die bescherming gaf aan alle omliggende gemeenten : Eernegem, Moere, Zande, Zevekote, Westkerke, Zerkegem, Bekegem, Oudenburg, Roksem en Ettelgem. Door de fusies van de gemeenten in 1970 werd dit herleid tot de gemeenten Gistel, Ichtegem en Oudenburg. Dit had echter nogal wat voeten in de aarde. Vanuit het provinciebestuur werd namelijk een andere regeling voorgesteld met als gevolg het afschaffen van het Gistelse brandweerkorps. Na heel wat lobbywerk en de ondersteuning van het verschillende gemeentebesturen bewees de stad dat het afschaffen van het korps een dure vergissing zou zijn. Het plaatselijk korps kwam als Z-korps uit de herschikking binnen het brandweerlandschap.

 

Lucien Wybouw heeft het korps door deze woelige periode heen geleid. Hij realiseerde een korps met een meer praktische en moderne uitrusting. In 1975 ging hij op rust.

Hij werd opgevolg door zijn zoon Roland Wybouw. Die heeft echter een beperkte periode aan het hoofd gestaan. Hij diende zijn ontslag in op 1 juli 1979.

Door het gebrek aan officieren binnen het korps werd Roland Wybouw opgevolgd door adjudant Herman Casteleyn, als waarnemend bevelhebber. Het korps telde toen 40 manschappen. Dit was toendertijd geen sinecure, maar Herman deed het met takt, gezond verstand en eerbied voor éénieders persoonlijkheid.

 

 

 

 

 

 

 

Het korps werd verder verjongd en nieuwe manschappen werden aangetrokken.

Luc Ghyselbrecht nam het roer als jonge officier-dienstchef over in oktober 1983. Hij legde de basis voor de huidige structuur van het korps en ondersteunde veel jongeren om toe te treden tot het korps.

Op 1 januari 1990 werd hij opgevolgd door de huidige officier-dienstchef, Kpt Frank Vanhixe.